<<<
 
Rob den Boer, 'Z.T.', 2004, ets, oplage 10, 20 x 25 cm
 
De abstracte kunst reikte Rob den Boer ‘gereedschappen’ aan waarmee hij zelf kon ‘bouwen’. Langzaam maar zeker vond hij daarmee zijn eigen stijl.
De inspiratie voor het maken van een abstract werk kan bij hem overal uit ontstaan. Meestal gaat hij uit van datgene waar hij op het moment van het maken als persoon mee bezig is. De beelden die dat bij hem oproept dienen als vertrekpunt. Eenmaal aan het werk komt de volgende lijn voort uit de vorige. Het beeld (van de inspiratiebron) waar hij mee begon, zweeft gedurende het maakproces ergens in zijn onderbewuste. Door dit beeld zoveel mogelijk los te laten, probeert hij een maximale nadruk te leggen op het creëren van een zo sterk mogelijk beeld (als beeld op zich). Zijn achtergrond als beeldhouwer speelt hierbij een grote rol. Pas achteraf, als hij tot de conclusie komt dat het werk de definitieve vorm heeft bereikt, kan hij zelf meer zeggen over de betekenis van het uiteindelijke beeld, in relatie tot het beeld van de inspiratiebron. Door afstand te bewaren tot de bron creëert hij voor zichzelf een maximale mogelijkheid om nieuwe vormen toe te laten. Het uiteindelijke beeld toont hem als maker weer nieuwe gezichtspunten op de bron, die hem inspireren tot nieuw werk. Hij werkt daarom vaak in series. In het algemeen houdt hij van snelle media, waarbij hij zich kan concentreren op het uitdiepen van zijn thematiek. Het tekenen is voor hem dan het medium bij uitstek.